Schrijfstijl

Houd het kort

Schrijven voor het web is niet hetzelfde als schrijven voor een gedrukte publicatie. Onderzoek toont aan dat mensen webteksten in eerste instantie scannen. Maak dus een slimme indeling in jouw tekst. 

  • Zorg voor een kernachtige titel. Hiermee trek je de aandacht van de lezer, en geef je meteen de belangrijkste info. 
  • Plaats de conclusie, de hoofdboodschap bovenaan.  Hoe lager iets vermeld staat in de tekst, hoe minder belangrijk de info is voor de lezer. Kom dus meteen ter zake.
  • Gebruik tussentitels en bullet points.
  • Houd het bij 1 topic per paragraaf.
  • Vermijd te veel opmaak, liefst helemaal geen kapitalen (lijkt als schreeuwen) of italic (leest moeilijker).
  • Houd ook de zinnen kort en beknopt (ca. 15 woorden/zin, toegankelijk lezen: ca. 10 woorden/zin)

Houd het simpel

  • Vermijd vak-jargon als siso, zizo en interbibliothecair leenverkeer zonder uitleg. 
  • Denk aan de woorden die men door de band intikt in Google (zoekwoorden). 
  • Gebruik actieve spreektaal tussen wij (jouw bibliotheek) en jij (de websitebezoeker). Schrijven zoals je praat is ook essentieel voor AI (zie hieronder).

Gebruiksvriendelijkheid is zoekstrategie en omgekeerd

Als je schrijft voor de mens die zoekt en leest via Google en AI, schrijf je ook voor de AI-bot die inhoud samenvat en gebruikt in de gegenereerde antwoorden. Focus daarom niet alleen op zoekwoorden (voor de vindbaarheid) maar ook op het beantwoorden van specifieke vragen. Wees ook nauwkeurig en transparant als je informatie van derden in jouw teksten verwerkt. Betrouwbaarheid en autoriteit zijn prioritair voor mens en bot.

  • Gebruik zoekwoorden in je titels (waarop zoeken mensen), maar beantwoord de achterliggende vraag direct en feitelijk in de eerste alinea (wat vragen mensen).
  • Voeg waar mogelijk FAQ’s en samenvattingen (liefst in bullet points) toe. 
  • Indien van toepassing, citeer duidelijk jouw bronnen (bijvoorbeeld officiële instanties zoals Iedereen Leest).

Lees aansluitend het topic Contextuele links.