Hoe ziet de plaatsing in Wise eruit in de publiekscatalogus?
De informatie die je vindt onder “Plaats in de bib” in het beschikbaarheidsblok is een combinatie van volgende velden in Wise:
- de kast (zie Kastbeheer in Wise)
- exemplaardetail, groep 2 en groep 5 (zie het Exemplaardetailscherm in Wise)
Sublocatie
De sublocatie is steeds de naam van de kast. Als er een “Omschr. publiek” is in Wise, dan wordt deze getoond. Indien ingevuld in groep 2 van het exemplaardetail, komt daar ook de leeftijd en/of de taal bij.
De sublocatie wordt in het vet weergegeven in de publiekscatalogus, behalve wanneer er een ZIZO-etiketmethode is gekozen. Hoofdrubriek of Domein staan in dat laatste geval in het vet, zodat dit het meest in het oog springt voor de eindgebruiker. Dit is immers de belangrijkste informatie die de eindgebruiker nodig heeft om in de bib het materiaal te vinden.
In het kastenbeheer in Wise kan je een extra kastnaam toevoegen bij “Omschr. publiek”. Deze wordt getoond in de publiekscatalogus. Tip: Wil je je leners erop wijzen dat magazijnwerken aangevraagd moeten worden aan de balie, zet dit dan bij de “Omschrijving publiek”, bv. “Magazijn (vraag aan balie)”.

De kastnaam “Volwassenen anderstalig” heeft de publieksomschrijving “Anderstalige romans”. Taal “fre – Frans” wordt “Frans” in de publiekscatalogus:


De kast “JF0 – Jeugd fictie” heeft als publieksomschrijving “Jeugdboeken fictie :” (met dubbele punt). Bij leeftijd voegen we “6+” toe. Dit wordt zo weergegeven naast de sublocatie:


Signatuur
Het signatuur wordt opgebouwd aan de hand van de velden in groep 2 en 5 van het exemplaardetailscherm in Wise: classificatiecode (ZIZO, Siso, Genre, AVI of bijzondere collectie), plaatsopmerking, hoofdwoord, opbergnummer en opmerking.
Classificatiecode (= de icoontjes)
Kies je bij “Etiketmethode” voor BGJ of BGV (genres) of voor BZJ, BZK of BZV (ZIZO), dan verschijnt het bijhorende icoon in de publiekscatalogus. Bij de andere etiketmethodes met keuzelijsten (siso of muziek) wordt enkel de code getoond, niet de omschrijving.
De tijdelijke kast “AAI – Non-fictie NIEUW” heeft als publieksomschrijving “Gelijkvloers Presentatiemeubel NIEUWE NONFICTIE”. De etiketmethode BZV + de classificatiecode WTWTWE zorgen voor het icoon en de vermelding van plank en rugrubriek.


De kast “JI0 – Jeugd Informatief” heeft als publieksomschrijving “Gelijkvloers Jeugd Informatief”. De etiketmethode BZJ + de classificatiecode DASCH zorgt voor het icoon en de vermelding van de groeirubriek.


De kast “K00 – Kleuters Prentenboeken” heeft geen publieksomschrijving, dus we tonen de stafomschrijving. De etiketmethode BZK + de classificatiecode KZHUI zorgt voor het icoon en de vermelding van de groeirubriek.


De kast “VTH – Volw. thrillers” heeft als publieksomschrijving “Romans”. De etiketmethode BGV + de classificatiecode THR zorgt voor het icoon.


De etiketmethode BGJ (Genre Jeugd) + de classificatiecode Waargebeurde verhalen zorgt voor het icoon:


Vul je het AVI-niveau in, dan wordt dat ook weergegeven met een icoon:


Bij “Bijzondere collectie” (exemplaardetail groep 5) kan je kiezen voor de Taalniveaus of de iconen van Taalpunt:
De kastnaam is “Taalpunt”, bij “Bijz. collectie” werd een waarde geselecteerd die begint met “NL”. Zo wordt het bijhorende icoon getoond:



De kastnaam is “Taalpunt”, bij “Bijz. collectie” werd een waarde geselecteerd die begint met “NL”. Zo wordt het bijhorende Taalpunt-icoon getoond:



Andere signatuur-velden
De andere signatuur-velden worden in deze volgorde getoond, indien allemaal ingevuld (incl haakjes): plaatsopmerking hoofdwoord (opbergnummer) opmerking. Een exemplaar dat de eerste 3 velden heeft, ziet er bv. zo uit:


De velden “Pl. opmerking” en “Opmerking” kan je allebei gebruiken om extra informatie mee te geven. Vaak gaat het om een eigen classificatie die niet ingericht is in Wise.
- “Opmerking” kan je gebruiken voor interne info of voor publieke info. Als de info moet doorstromen naar de publiekscatalogus dan vink je ‘toon in plaatsing’ aan.
- “Pl. opmerking” wordt altijd getoond in de publiekscatalogus